Medewerker Hakem aan het woord

Met onderstaand schrijven heeft Hakem aan Burgers Zoo een verzoek gedaan voor een nuttige en gedenkwaardige dagbesteding. Zo zie je maar dat met een goed verhaal en een duidelijke uitleg je veel kan bereiken ondanks de beperkte middelen. Op de website wordt dit stuk als nieuwsblog geplaatst.
……………………………………………………………………………………………………………..
Mijn naam is Mohamed Hakem en ik ben ambulant begeleider bij Stichting Onderdak. De Stichting biedt onderdak en geeft begeleiding aan zorgmijders en mensen die aan de onderkant van de samenleving leven. Soms door eigen toedoen, maar meestal door nare omstandigheden in hun levenswandel. Deze mensen zitten dag in dag uit in een ellendige situatie.

Mijn functie in het begeleiden van deze mensen is het werken aan vertrouwen en het bieden van basale hulp en begeleiding in hun dagelijks functioneren. Ik bied ze graag andere perspectieven om zo iets aan hun situatie te verbeteren, leefbaar te maken en te houden. Ze maken zelden iets leuks mee.
Van de week vroeg ik aan één van mijn klanten naar een dierbare herinnering uit zijn verleden in Arnhem. Hij noemde dat hij vroeger met zijn gezin naar de dierentuin is geweest. Nog wel de dierentuin van zijn vader, Burgers Dierentuin. Hij kan de oude ingang van het park nog herinneren.
Ik ben toen aan vier andere klanten gaan vragen waar ze graag een bezoek aan willen brengen.
De meesten lieten de naam Burgers Zoo vallen.

Namens deze vijf mensen doe ik een verzoek:

Is het mogelijk dat deze vijf kansarme inwoners van Arnhem gratis toegang kunnen krijgen om een dag in uw dierentuin te genieten van alles wat Burgers Zoo te bieden heeft. Ze zullen hun ogen niet geloven als ze de vernieuwingen van de Bush zien.
Er komen ook twee begeleiders mee ter ondersteuning en om te zorgen dat deze mensen van het park kunnen genieten.
Het zijn lieve en betrouwbare bewoners van Arnhem.
Die dag zal voor deze mensen een gedenkwaardig dag worden, waar ze weer even vooruit kunnen.
……………………………………………………………………………………………………………….

Het bovenstaande verzoek is gehonoreerd en woensdag 19 juni jl. hebben vijf klanten van Stichting Onderdak, inclusief begeleiders, genoten van alle bezienswaardigheden, prachtige kleuren en het warme weer. Wat is Burgers Zoo mooi geworden.
Ondanks dat we met de klanten hadden afgesproken dat we uiterlijk 16.00 uur zouden vertrekken, is het toch met een uur uitgelopen. Want uiteraard moet onderweg nog van alles op de foto worden vastgelegd. Daar nemen ze dan ook gewoon de tijd voor. Ik heb dat gewoon toegestaan, omdat ik zag dat ze erg aan het genieten waren.

Een klant heeft namens iedereen het volgende gedeeld:
“Allereerst erg bedankt voor dit plezierige dagje uit. We hebben super genoten, zowel van het park als van ons gezelschap. We gaan elkaar meer zien en contact onderhouden. Weer een top dag vol nieuwe herinneringen
. “We needed this!”

Nogmaals mijn dank aan dhr. A. van Hooff, Didy Witmans en Burgers Zoo namens Stichting Onderdak, begeleiders en de vijf enthousiaste en tevreden klanten

Zorgvuldigheid

Geïnspireerd op de conferentie ‘Vroegsignalering en eerste hulp aan kwetsbare daklozen’, door: Bart Jensen

Zorgvuldig omgaan met persoonsgegevens. Het is een heel actueel onderwerp waar al veel over gesproken en geschreven is. Meer dan ooit moeten organisaties die persoonsgegevens verwerken, opletten dat ze de persoonsgegevens rechtmatig, transparant en behoorlijk verwerken. Gestreefd wordt hiermee te komen tot harmonisering van de nu versnipperde privacywetgeving. Ze zeggen dat dit een stap vooruit is. Uiteraard doet dit ook veel stof opwaaien. Het feit dat bij bemoeizorg vele partijen zijn betrokken, maakt de gegevensuitwisseling er niet eenvoudiger op. Toch is de informatie-uitwisseling van belang om in schijnbaar uitzichtloze situaties de zorgwekkende zorgmijders op te sporen en de hand te reiken. Omdat bemoeizorg bedoeld is voor mensen die zelf geen zorg vragen, geven zij ook niet altijd toestemming voor de uitwisseling van persoonlijke (medische) gegevens. In zo’n geval wordt de privacywetgeving door zorgverleners veelal gezien als belemmering. Desondanks blijft zorgvuldig handelen een pre.

Stichting Onderdak organiseerde op 27 november 2018 de conferentie ‘Vroegsignalering en eerste hulp aan kwetsbare daklozen’.
Willem Draaisma, directeur van Participe Advies, trad op als dagvoorzitter. Andere sprekers waren Jan Zandijk, kaderlid Stichting Presentie, Dr. Bauke Koekoek, lector Psychiatrische Zorg aan de HAN en Dr. Gert Schout, hoofdonderzoeker projectleider BOPZ bij VUmc en een bestaande klant van Stichting Onderdak.
Met veel plezier en enige trots kijken wij terug op deze bijzondere dag. De inspirerende sprekers en dagvoorzitter, het veelzijdige programma en de frisse locatie maakten deze conferentiemiddag tot een succes: Bruggen bouwen door in te zetten op enthousiasme en zorgvuldigheid.

Het Posttheater aan de Roosendaalseweg in Arnhem vormde het decor van de bijeenkomst.
Vertegenwoordigers vanuit de gemeenten, GGD, zorginstellingen, politie en betrokken burgers waren aanwezig. Deze deelnemers werden aan de hand van vragen en het ervaringsverhaal van klant Arnoldus geprikkeld tot nadenken over verschillende gezamenlijke opgaven op het gebied van presentiegericht werken en aandachtsgebieden voor het organiseren en ontvangen van structurele hulp aan zorgmijders.

De kern van het verhaal is dat aansluiting met zorgwekkende zorgmijders vraagt om een zorgvuldige bejegening waarbij de professional niet zijn eigen agenda op de voorgrond stelt, maar de percepties van de ander. Kwartiermaken en presentie hangt sterk samen met het bouwen van bruggen tussen de informele wereld en de bureaucratische wereld. Door deze bruggen zorgvuldig te leggen, zorg je ervoor dat mensen op psychosociaal gebied ondersteund worden bij het vergroten van hun kwaliteit van leven en het vervullen van sociale rollen bij het ontwikkelen en in stand houden van netwerken in de wijk. Maar zoals in de eerste alinea vermeld, dient tevens met de nieuwe privacywetgeving rekening gehouden te worden.  Dit was immers een discussiepunt wat in het interactieve gedeelte aan de kaak werd gesteld. Er bestaat een convenant bemoeizorg. Hierin is opgenomen, dat wanneer een handeling in het belang van de klant verricht wordt, genoemde niet verwijtbaar is.

Maar wat is dan ‘zorgvuldigheid’? Zijn wij niet degenen die de problemen in stand houden. Heeft Stichting Onderdak ook niet als taak binnen centrumgemeente Arnhem de OGGZ zodanig op te voeden zodat ZIJ als ambulant werkers de zorgmijders de juiste ondersteuning kunnen bieden? Met dit als doel de reguliere zorg sterker maken. Wat in de conferentie ook aan bod kwam, is dat hoe meer je een persoon of organisatie beschuldigd van het feit dat men te outreachend of te orthodox werkt, des te bureaucratischer men wordt. Bureaucratischer in de zin van nieuwe regels invoeren en protocolleren, zodat men tijdens de inspecties en audits zich keurig kan presenteren als professioneel bedrijf. En dat daarbij direct voldaan kan worden aan de privacywet, is mooi meegenomen.

Je kunt de conferentie zien als een aanklacht tegen de ver doorgeschoten systeemwereld. Het gaat hierbij om het kantelen van een doorgeschoten systeemwereld naar een zinvolle leefwereld. Veel organisaties experimenteren met regelarmheid om zo, met de bedoeling van de organisatie, bezig te willen zijn. Ook het meer in stelling brengen van de professional, onder andere door het verminderen van managers, is een poging om weer dichter bij de leefwereld te komen. Dat lijkt me een mooie ambitie, want waarom zou je meer regels hanteren dan noodzakelijk.
Het onderscheid tussen de leef- en de systeemwereld is overigens niet nieuw. Maar ook hier lopen organisaties tegen de strakke wet- en regelgeving aan.
Maar juist een organisatie als Stichting Onderdak heeft een bepaalde mate van ruimte en vrijheid nodig, willen zij hun medewerkers zo present mogelijk kunnen laten werken. Zowel met de klant als collega’s onderling. Ook hierin is zorgvuldigheid een essentieel onderdeel.

 

 

Vroegsignalering en eerste hulp aan kwetsbare daklozen

Onze ervaringen als kwartiermakers zijn veelal afwisselend en we maken veel bijzondere dingen mee. Zo ook met de casus Ben Dakloos!
Ben is een grote man van ongeveer 2 meter en weegt 130 klio. Een tijd geleden werd Ben onwel tijdens een bezoek aan het gemeentehuis in Deventer. Na enige onderzoeken in het ziekenhuis bleek dat hij zo verzwakt was, dat hij zelfs geen fietstest mocht doen van de cardioloog. Dus werd Ben naar huis gestuurd.

‘Maar Ben is op de fiets en heeft geen (t)huis.’

Omdat Ben zich voortdurend beweegt in het gebied tussen Deventer en Olst-Wijhe en de uiterwaarden van de Ijssel, zijn wij ongeveer 4 weken bezig geweest om Ben te vinden. Uiteindelijk troffen wij Ben aan bij het Wijhese Veerpontje. Samen met zijn hond. Ben en zijn hond waren onafscheidelijk en liepen nachten lang te dwalen over straten en weilanden.

In het eerste contact met Ben blijkt dat hij eigenzinnig, koppig, terughoudend en achterdochtig is. Het duurde dan ook enkele weken voordat Ben enige vorm van hulp wilde accepteren. We hebben veel geïnvesteerd in het opbouwen van vertrouwen door betrouwbaarheid te tonen in het nakomen van afspraken. Terwijl Ben vaak niet zijn afspraken bij ons nakwam. We hebben bovendien veel tijd en energie gestopt in het steeds opnieuw maken van contact, zelfs als we stad en land moesten afzoeken naar Ben en zijn trouwe vriend. Ben kreeg van ons een warme jas en een telefoon, en elke week zorgden we voor wat eten.

Het eerste beetje vertrouwen

Na 3 maanden kreeg Ben wat vertrouwen in de hulpverlening. We kregen we hem zelfs zover dat zich in ging schrijven bij de gemeente als dakloze voor een uitkering. Maar om deze uitkering te kunnen aanvragen moest hij een identiteitskaart hebben. Dat bleek niet eenvoudig te zijn. Niet alleen door de lange periode dat hij dakloos was, maar ook door het onvermogen van gemeenteambtenaren om met deze situaties om te gaan Ă©n de bureaucratie binnen de gemeente. Na 21 loketten te hebben afgelopen, met veel frustraties en oponthoud, had Ben na vijf maanden eindelijk een identiteitskaart en kon hij een daklozenuitkering aanvragen.

Justitie weer in beeld

Vanaf dat moment gingen we elke week samen zijn post ophalen, om dit samen met hem te bekijken en te verwerken. Tevens spraken we met hem door wat hij nog wilde doen, met als doel te sturen op menswaardige en passende huisvesting.
Maar
 Plotseling, op een dag toen we zijn post gingen ophalen, werd hij door de politie opgepakt in verband met een oude openstaande zaak. Hij moest nog 59 dagen zitten. Dit heeft er voor gezorgd dat we Ben drie maanden uit het oog zijn verloren. Niet enkel omdat hij zijn tijd uit moest zitten, maar ook omdat hij dacht dat wij hem verraden hadden.

Krantenknipsel

Inmiddels zijn we zeven maanden verder. We zijn wederom richting de bekende plekken gereden om hem te zoeken en hebben daar met wat mensen gesproken. We ontdekten via de gemeente dat hij geld gepint had in de omgeving Deventer, maar dat was ons enige spoor.
Na het nodige speurwerk te hebben verricht, kwamen we erachter dat hij in de schuur lag van zijn zus. Hij was inmiddels flink aangekomen en zijn conditie was sterk achteruit gegaan. Ben vertelde dat hij wekenlang in de schuur had gelegen, omdat hij eerst op krachten moest komen.

Opbouwen van contact

Na 2 maanden kregen we een mailtje van Ben. Hij beschreef daarin ondermeer wat er allemaal in die tijd gebeurd was; Zijn familie wilde zijn hond niet opvangen en zijn gezondheid ging hard achteruit. Gedurende de tijd dat Ben in de penententiaire inrichting zat, is hij veel in gewicht aangekomen. Hij slikte medicatie en was erg passief.
Ze hadden hem geplaatst in Hoofddorp. Nadat zijn detentie erop zat, is Ben naar huis gelopen. Hier heeft hij 3 dagen over gedaan.
Zijn wantrouwen tegen politie, justitie en andere aanverwante instanties, is op dat moment groter dan ooit. “Zij verlenen geen hulp” zei hij, “ze duwen er wat pillen in en laten je dicht slibben”. “Als je weg mag dan moet je maar zien hoe je thuis komt”.

Ons contact met Ben verliep stroef. We spraken bijvoorbeeld af op een neutrale plek omdat hij niet wilde dat wij wisten waar hij verbleef. Na een aantal weken kwam het hoge woord eruit en liet Ben los dat hij dacht dat wij de politie hadden gebeld. Dat was dus niet zo! Sterker nog, we hebben geprobeerd om via onze contacten bij justitie, hem daar weg te houden in verband met zijn slechte gezondheid.
Dat is helaas niet gelukt, het systeem bleek toch nog krachtiger dan het individu.

Bureacratie en regelgeving gooien roet in het eten

We zijn inmiddels een jaar verder. We hebben een woning gevonden voor Ben. Omdat zijn uitkering niet toereikend was, hebben wij de eerste huur en borg voorgeschoten. We wilden immers de kans op deze woning niet voorbij laten gaan en het op geld laten stuklopen.
Ben is gaan wonen in Heino… gelegen in een gemeente waar Stichting Onderdak geen gecontracteerde zorgaanbieder is. We hebben daarom Ben overgedragen aan het Bijzonder Zorg team uit Deventer. Desondanks zoeken we Ben bij tijd en wijle op. Gewoon om te kijken hoe het met hem gaat.

Omgaan met achterdocht en wantrouwen

Ben en zijn hond hebben momenteel een dak boven hun hoofd. Ben leidt een teruggetrokken bestaan en is achterdochtiger dan ooit. Hij voelt zich niet vrij in zijn huis en is niet gewenst in de gemeente. Zijn gezondheid laat ook veel te wensen over. Zijn uitkering is niet toereikend. Ben komt namelijk elke maand geld tekort. Als we Ben opzoeken nemen we een tas boodschappen voor hem mee. Zelf geeft Ben aan in de tijd dat hij dakloos was, hij minder problemen had dan nu met een dak boven zijn hoofd. Hoe schrijnend is dat?

We hebben vanaf het begin behoorlijk geĂŻnvesteerd in Ben en hem gedurende een lange periode zorg verleent zonder financiering. Dit had als oorzaak dat in de gemeente Deventer alle aanvragen voor Wmo zorg via dezelfde procedure verloopt. Hulpbehoevenden die aanvankelijk geen zorg accepteren vallen daarom buiten de boot.

Complexe problematiek

Dit is geen verhaal op zichzelf. Het heeft (nog) geen happy end. Het geeft aan waar kwartiermakers mee te maken krijgen; een doelgroep bedienen waarbij een speciale aanpak vereist is en waar weinig instanties (zorginstellingen en gemeenten) een passend antwoord op hebben.

We hopen dat dit verhaal goed laat zien hoeveel contextfactoren er meespelen en problemen die daarmee samenhangen om ĂŒberhaupt een zorgtraject op te starten voor een complexe casus zoals Ben Dakloos.

Stephan en Ylke

 

 

Wetenschappelijk onderzoek vroegsignalering Stichting OnderDak

Stichting Onderdak begeleidt mensen die al jarenlang aan de zijlijn staan en zich niet meer gezien of gehoord voelen. De stichting kiest voor deze zorgmijders een aanpak die aansluit bij de ambitie van het Landelijk Schakelteam Aanpak mensen met verward gedrag. Werkt de methode in de praktijk inderdaad beter dan die van andere, reguliere hulpverlenende instanties? De stichting heeft subsidie aangevraagd voor nader onderzoek, samen met Stichting LESI, het Landelijk Expertisecentrum Sociale Interventie. 

 

De cliĂ«nten van Stichting Onderdak hebben te maken met forensisch-psychiatrische problematiek in combinatie met problemen die zich op meerdere leefgebieden afspelen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan verslaving en verstandelijke beperking. In veel gevallen zijn deze mensen ‘klaar met de hulpverlening’, ze staan niet (langer) open voor begeleiding of behandeling. Dit mijden van zorg heeft een negatieve weerslag op hun eigen leven, maar zorgt ook voor overlast in de samenleving. Stichting Onderdak werkt daarom ook buiten kantooruren aan snelle, passende oplossingen voor (potentiĂ«le) cliĂ«nten Ă©n voor gemeente, politie en de veiligheidsregio.

Samen met LESI

Stichting Onderdak sluit met haar aanpak aan op de ambitie die het Landelijk Schakelteam beschrijft in bouwsteen 3 van de Lokale aanpak mensen met verward gedrag: vroegsignalering en daarna direct doorpakken. Deze ambitie sluit nauw aan bij de werkwijze van Stichting Onderdak, waar de hulpverleners de Presentiebenadering van prof. Andries Baart gebruiken om door vroege aansluiting te komen tot de-escalatie van problemen voor cliënt en samenleving. LESI kent de werkwijze van Stichting Onderdak en werkt graag mee aan nader onderzoek. De vraag: Wat is nodig om 24/7-hulpverlening te leveren en wat zijn de effecten van vroegsignalering en doorpakken?

Onderzoek

Het onderzoek zal zich met name richten op:

  • het aantal klanten dat via de proactieve, aansluitende benadering van Stichting Onderdak (extra) in beeld komt,
  • de aard van hun problemen,
  • de duur en inhoud van de eerste aanpak in het voortraject (niet-gefinancierd volgens de huidige wet- en regelgeving),
  • de waardering die klanten en samenwerkende partijen hebben voor deze vorm van vroegtijdige signalering en hulpverlening.

Projectgroep

Voor het onderzoek wordt een projectgroep opgezet, bestaande uit twee teamcoaches en de directeur van Stichting Onderdak, een projectleider, een ervaringsdeskundige en vertegenwoordigers van de gemeente Arnhem en GGD Gelderland-Midden. De uitkomsten worden gedeeld met het Landelijk Schakelteam, de gemeente Arnhem en andere gemeenten in Gelderland en Overijssel.

Eerder onderzoek

Met de nieuwe onderzoeksaanvraag borduurt Stichting Onderzoek voort op eerder onderzoek waar de stichting aan meewerkte. Dit werd uitgevoerd door Karin Jensen, die in 2015 afstudeerde aan de Universiteit Utrecht op het onderwerp Match en Mismatch tussen professional en cliĂ«nt in de hulpverlening. Jensen bekeek daarin de methode van Stichting Onderdak, die gestoeld is op de Presentiebenadering van prof. Andries Baart en benoemde in haar eindconclusie zes factoren die bepalend zijn voor het – al dan niet succesvol – bieden en ontvangen van structurele hulpverlening. Deze factoren zijn: relatie, (relatiegerichte zorg), bekwaamheid professional (ingebouwde beperkingen van de aanpak), cultureel (botsende werelden), conceptueel (welk inzicht in de werkelijkheid telt), kennis (kennis van ontwikkelings- en gedragsproblematiek) en bureaucratie (wet, regels en afspraken).

Stichting Onderdak nam Jensens aanbevelingen mee in de doorontwikkeling van haar werkwijze. Het voorgenomen nieuwe onderzoek moet uitwijzen in hoeverre de verbeterde aanpak werkt en hoe die verder aangescherpt en breder toegepast kan worden.