Vroegsignalering en eerste hulp aan kwetsbare daklozen

Onze ervaringen als kwartiermakers zijn veelal afwisselend en we maken veel bijzondere dingen mee. Zo ook met de casus Ben Dakloos!
Ben is een grote man van ongeveer 2 meter en weegt 130 klio. Een tijd geleden werd Ben onwel tijdens een bezoek aan het gemeentehuis in Deventer. Na enige onderzoeken in het ziekenhuis bleek dat hij zo verzwakt was, dat hij zelfs geen fietstest mocht doen van de cardioloog. Dus werd Ben naar huis gestuurd.

‘Maar Ben is op de fiets en heeft geen (t)huis.’

Omdat Ben zich voortdurend beweegt in het gebied tussen Deventer en Olst-Wijhe en de uiterwaarden van de Ijssel, zijn wij ongeveer 4 weken bezig geweest om Ben te vinden. Uiteindelijk troffen wij Ben aan bij het Wijhese Veerpontje. Samen met zijn hond. Ben en zijn hond waren onafscheidelijk en liepen nachten lang te dwalen over straten en weilanden.

In het eerste contact met Ben blijkt dat hij eigenzinnig, koppig, terughoudend en achterdochtig is. Het duurde dan ook enkele weken voordat Ben enige vorm van hulp wilde accepteren. We hebben veel geïnvesteerd in het opbouwen van vertrouwen door betrouwbaarheid te tonen in het nakomen van afspraken. Terwijl Ben vaak niet zijn afspraken bij ons nakwam. We hebben bovendien veel tijd en energie gestopt in het steeds opnieuw maken van contact, zelfs als we stad en land moesten afzoeken naar Ben en zijn trouwe vriend. Ben kreeg van ons een warme jas en een telefoon, en elke week zorgden we voor wat eten.

Het eerste beetje vertrouwen

Na 3 maanden kreeg Ben wat vertrouwen in de hulpverlening. We kregen we hem zelfs zover dat zich in ging schrijven bij de gemeente als dakloze voor een uitkering. Maar om deze uitkering te kunnen aanvragen moest hij een identiteitskaart hebben. Dat bleek niet eenvoudig te zijn. Niet alleen door de lange periode dat hij dakloos was, maar ook door het onvermogen van gemeenteambtenaren om met deze situaties om te gaan Ă©n de bureaucratie binnen de gemeente. Na 21 loketten te hebben afgelopen, met veel frustraties en oponthoud, had Ben na vijf maanden eindelijk een identiteitskaart en kon hij een daklozenuitkering aanvragen.

Justitie weer in beeld

Vanaf dat moment gingen we elke week samen zijn post ophalen, om dit samen met hem te bekijken en te verwerken. Tevens spraken we met hem door wat hij nog wilde doen, met als doel te sturen op menswaardige en passende huisvesting.
Maar
 Plotseling, op een dag toen we zijn post gingen ophalen, werd hij door de politie opgepakt in verband met een oude openstaande zaak. Hij moest nog 59 dagen zitten. Dit heeft er voor gezorgd dat we Ben drie maanden uit het oog zijn verloren. Niet enkel omdat hij zijn tijd uit moest zitten, maar ook omdat hij dacht dat wij hem verraden hadden.

Krantenknipsel

Inmiddels zijn we zeven maanden verder. We zijn wederom richting de bekende plekken gereden om hem te zoeken en hebben daar met wat mensen gesproken. We ontdekten via de gemeente dat hij geld gepint had in de omgeving Deventer, maar dat was ons enige spoor.
Na het nodige speurwerk te hebben verricht, kwamen we erachter dat hij in de schuur lag van zijn zus. Hij was inmiddels flink aangekomen en zijn conditie was sterk achteruit gegaan. Ben vertelde dat hij wekenlang in de schuur had gelegen, omdat hij eerst op krachten moest komen.

Opbouwen van contact

Na 2 maanden kregen we een mailtje van Ben. Hij beschreef daarin ondermeer wat er allemaal in die tijd gebeurd was; Zijn familie wilde zijn hond niet opvangen en zijn gezondheid ging hard achteruit. Gedurende de tijd dat Ben in de penententiaire inrichting zat, is hij veel in gewicht aangekomen. Hij slikte medicatie en was erg passief.
Ze hadden hem geplaatst in Hoofddorp. Nadat zijn detentie erop zat, is Ben naar huis gelopen. Hier heeft hij 3 dagen over gedaan.
Zijn wantrouwen tegen politie, justitie en andere aanverwante instanties, is op dat moment groter dan ooit. “Zij verlenen geen hulp” zei hij, “ze duwen er wat pillen in en laten je dicht slibben”. “Als je weg mag dan moet je maar zien hoe je thuis komt”.

Ons contact met Ben verliep stroef. We spraken bijvoorbeeld af op een neutrale plek omdat hij niet wilde dat wij wisten waar hij verbleef. Na een aantal weken kwam het hoge woord eruit en liet Ben los dat hij dacht dat wij de politie hadden gebeld. Dat was dus niet zo! Sterker nog, we hebben geprobeerd om via onze contacten bij justitie, hem daar weg te houden in verband met zijn slechte gezondheid.
Dat is helaas niet gelukt, het systeem bleek toch nog krachtiger dan het individu.

Bureacratie en regelgeving gooien roet in het eten

We zijn inmiddels een jaar verder. We hebben een woning gevonden voor Ben. Omdat zijn uitkering niet toereikend was, hebben wij de eerste huur en borg voorgeschoten. We wilden immers de kans op deze woning niet voorbij laten gaan en het op geld laten stuklopen.
Ben is gaan wonen in Heino… gelegen in een gemeente waar Stichting Onderdak geen gecontracteerde zorgaanbieder is. We hebben daarom Ben overgedragen aan het Bijzonder Zorg team uit Deventer. Desondanks zoeken we Ben bij tijd en wijle op. Gewoon om te kijken hoe het met hem gaat.

Omgaan met achterdocht en wantrouwen

Ben en zijn hond hebben momenteel een dak boven hun hoofd. Ben leidt een teruggetrokken bestaan en is achterdochtiger dan ooit. Hij voelt zich niet vrij in zijn huis en is niet gewenst in de gemeente. Zijn gezondheid laat ook veel te wensen over. Zijn uitkering is niet toereikend. Ben komt namelijk elke maand geld tekort. Als we Ben opzoeken nemen we een tas boodschappen voor hem mee. Zelf geeft Ben aan in de tijd dat hij dakloos was, hij minder problemen had dan nu met een dak boven zijn hoofd. Hoe schrijnend is dat?

We hebben vanaf het begin behoorlijk geĂŻnvesteerd in Ben en hem gedurende een lange periode zorg verleent zonder financiering. Dit had als oorzaak dat in de gemeente Deventer alle aanvragen voor Wmo zorg via dezelfde procedure verloopt. Hulpbehoevenden die aanvankelijk geen zorg accepteren vallen daarom buiten de boot.

Complexe problematiek

Dit is geen verhaal op zichzelf. Het heeft (nog) geen happy end. Het geeft aan waar kwartiermakers mee te maken krijgen; een doelgroep bedienen waarbij een speciale aanpak vereist is en waar weinig instanties (zorginstellingen en gemeenten) een passend antwoord op hebben.

We hopen dat dit verhaal goed laat zien hoeveel contextfactoren er meespelen en problemen die daarmee samenhangen om ĂŒberhaupt een zorgtraject op te starten voor een complexe casus zoals Ben Dakloos.

Stephan en Ylke

 

 

Wetenschappelijk onderzoek vroegsignalering Stichting OnderDak

Stichting Onderdak begeleidt mensen die al jarenlang aan de zijlijn staan en zich niet meer gezien of gehoord voelen. De stichting kiest voor deze zorgmijders een aanpak die aansluit bij de ambitie van het Landelijk Schakelteam Aanpak mensen met verward gedrag. Werkt de methode in de praktijk inderdaad beter dan die van andere, reguliere hulpverlenende instanties? De stichting heeft subsidie aangevraagd voor nader onderzoek, samen met Stichting LESI, het Landelijk Expertisecentrum Sociale Interventie. 

 

De cliĂ«nten van Stichting Onderdak hebben te maken met forensisch-psychiatrische problematiek in combinatie met problemen die zich op meerdere leefgebieden afspelen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan verslaving en verstandelijke beperking. In veel gevallen zijn deze mensen ‘klaar met de hulpverlening’, ze staan niet (langer) open voor begeleiding of behandeling. Dit mijden van zorg heeft een negatieve weerslag op hun eigen leven, maar zorgt ook voor overlast in de samenleving. Stichting Onderdak werkt daarom ook buiten kantooruren aan snelle, passende oplossingen voor (potentiĂ«le) cliĂ«nten Ă©n voor gemeente, politie en de veiligheidsregio.

Samen met LESI

Stichting Onderdak sluit met haar aanpak aan op de ambitie die het Landelijk Schakelteam beschrijft in bouwsteen 3 van de Lokale aanpak mensen met verward gedrag: vroegsignalering en daarna direct doorpakken. Deze ambitie sluit nauw aan bij de werkwijze van Stichting Onderdak, waar de hulpverleners de Presentiebenadering van prof. Andries Baart gebruiken om door vroege aansluiting te komen tot de-escalatie van problemen voor cliënt en samenleving. LESI kent de werkwijze van Stichting Onderdak en werkt graag mee aan nader onderzoek. De vraag: Wat is nodig om 24/7-hulpverlening te leveren en wat zijn de effecten van vroegsignalering en doorpakken?

Onderzoek

Het onderzoek zal zich met name richten op:

  • het aantal klanten dat via de proactieve, aansluitende benadering van Stichting Onderdak (extra) in beeld komt,
  • de aard van hun problemen,
  • de duur en inhoud van de eerste aanpak in het voortraject (niet-gefinancierd volgens de huidige wet- en regelgeving),
  • de waardering die klanten en samenwerkende partijen hebben voor deze vorm van vroegtijdige signalering en hulpverlening.

Projectgroep

Voor het onderzoek wordt een projectgroep opgezet, bestaande uit twee teamcoaches en de directeur van Stichting Onderdak, een projectleider, een ervaringsdeskundige en vertegenwoordigers van de gemeente Arnhem en GGD Gelderland-Midden. De uitkomsten worden gedeeld met het Landelijk Schakelteam, de gemeente Arnhem en andere gemeenten in Gelderland en Overijssel.

Eerder onderzoek

Met de nieuwe onderzoeksaanvraag borduurt Stichting Onderzoek voort op eerder onderzoek waar de stichting aan meewerkte. Dit werd uitgevoerd door Karin Jensen, die in 2015 afstudeerde aan de Universiteit Utrecht op het onderwerp Match en Mismatch tussen professional en cliĂ«nt in de hulpverlening. Jensen bekeek daarin de methode van Stichting Onderdak, die gestoeld is op de Presentiebenadering van prof. Andries Baart en benoemde in haar eindconclusie zes factoren die bepalend zijn voor het – al dan niet succesvol – bieden en ontvangen van structurele hulpverlening. Deze factoren zijn: relatie, (relatiegerichte zorg), bekwaamheid professional (ingebouwde beperkingen van de aanpak), cultureel (botsende werelden), conceptueel (welk inzicht in de werkelijkheid telt), kennis (kennis van ontwikkelings- en gedragsproblematiek) en bureaucratie (wet, regels en afspraken).

Stichting Onderdak nam Jensens aanbevelingen mee in de doorontwikkeling van haar werkwijze. Het voorgenomen nieuwe onderzoek moet uitwijzen in hoeverre de verbeterde aanpak werkt en hoe die verder aangescherpt en breder toegepast kan worden.