Over duivelse dilemma’s en onmacht

Ambulant begeleider Kathelijne

‘Het is gelukkig geen dagelijkse kost, maar laatst gebeurde het toch weer: een klant met een rechterlijke machtiging ging ervandoor en ik stond daarmee als ambulant begeleider voor een belangrijke afweging: linksom of rechtsom?

De klant is een jonge man met wie ik goede gesprekken heb, over de leuke én minder prettige dingen in zijn leven. Een leuk jong, zolang hij zijn medicatie tegen psychoses slikt. Maar dat deed hij niet meer en zijn vlucht maakte opname onafwendbaar. Moest ik de politie bellen om hem op te laten pakken en af te voeren naar een ggz-instelling? Of ging ik eerst zelf op zoek, met het risico dat ik de goede relatie tussen hem en mij blijvend zou beschadigen?

Ik koos voor dat laatste. Hij zou me mijn medewerking aan de opname misschien altijd kwalijk blijven nemen, maar het was wél wat op dat moment het beste voor hem was. Als ik hem zelf vond, kon ik hem misschien geruststellen en  uitleggen dat de opname onvermijdelijk was, maar niet betekende dat ik hem los zou laten.

Tegen elf uur ‘s avonds vonden mijn collega’s en ik hem, maar hij ging er helaas opnieuw vandoor. Op dat moment konden we niet anders dan de politie inschakelen. We spraken af dat zij op de achtergrond zouden blijven als ze hem aantroffen, dat ze zouden wachten tot ik er was om het woord te doen. Uiteindelijk werd hij pas de volgende ochtend gevonden, uren nadat ik naar huis was gegaan. Dat voelde heel ‘onmachtig’: ik had er voor hem willen zijn – juist omdat ik zo geloof in de presentiebenadering van Stichting OnderDak – maar had dat niet kunnen waarmaken.

Wat ik nog wel voor hem kon doen, was contact zoeken met de ggz-instelling om te benadrukken wat een leuk jong hun nieuwe patiënt is. Dat hij gebruikt omdat hij geen weg weet met zijn trauma’s en zichzelf daarom met drugs verdooft. Omdat zoveel verschillende mensen betrokken kunnen raken bij onze klanten, hoort zulke extra informatie ook altijd in hun dossier te staan. Ze zijn tenslotte meer, veel meer, dan het label van hun complexe problematiek. En als contact straks weer mogelijk is, vraag ik of ik op bezoek mag komen. Ook dat hoort bij de presentiebenadering: (even) uit het oog, is niet uit het hart. Deze jongen moet weten wat hij waard is voor mij.’