Soms vallen, altijd weer opstaan

Twee maanden geleden kwam Thijs (21) terug uit Portugal. Stichting OnderDak hielp hem daar om in alle rust zijn leven weer een beetje op orde te krijgen. Hoe vergaat het hem nu, terug in Arnhem?

‘Alles bij elkaar genomen gaat het goed. Ik woon zelfstandig, op een kamer in een van de huizen van Stichting OnderDak, en red me daar prima. Verder ben ik blijven sporten, omdat ik in Portugal merkte dat ik me daar beter door voel. Het contact met mijn ouders is weer een heel eind hersteld; ik had toevallig net nog mijn moeder aan de lijn. En de ‘vrienden’ van vroeger, die spelen geen rol meer. Maar het leven is vallen en opstaan, en dat geldt zeker als je van ver komt. Dus ja, ik ben sinds mijn terugkeer ook weer even afgedwaald van het goede pad.

Ik ben een mensenmens, wat op zich een groot voordeel is in het leven. Maar als je behoefte hebt aan leven in de tent en makkelijk en graag contact legt, loop je ook het risico dat je tegen mensen aanloopt die je beter uit de weg kunt gaan. Bijvoorbeeld omdat ze graag een joint opsteken. En wiet, dat is iets waar ik uit de buurt moet blijven. Dat ene jointje voor de gezelligheid werd bij mij al snel volop blowen. Daar wordt je kop wazig van en je focus verslapt. Van die terugval kan ik balen – en dat doe ik ook – maar liever concentreer ik me op de les die ik daaruit heb geleerd: ik kan wel dénken dat ik maat weet te houden met softdrugs, maar dat is gewoon niet zo.

Ik moet dus zien te ontdekken hoe ik op een andere manier rust in mijn hoofd kan krijgen, want anders raak ik kwijt wat ik heb opgebouwd. Werkgevers staan tenslotte niet te springen om iemand die niet bij de tijd is en een carrière als uitkeringstrekker is niet wat ik me voorstel bij mijn toekomst. Een deel van mijn onrust raak ik kwijt in de sportschool. Meestal ga ik daar alleen heen, maar soms ook met Stephan, mijn begeleider bij Stichting OnderDak. Misschien past een teamsport beter bij me, daarin lopen meestal minder haantjes en tofferiken rond en ben je onderdeel van een hechte groep. Ik ben al gevraagd om bij een voetbalteam te komen spelen; daar ga ik binnenkort maar eens kijken, haha.

Maar als eerste ga ik langs bij een psycholoog. Niet omdat ik grote issues heb, maar juist om die kleine dingen die in de weg zitten aan te pakken. Ik wil bijvoorbeeld ‘nee’ leren zeggen en iets langer nadenken voor ik iets doe. Mijn basis is goed: ik kom uit een gezin waarin alles besproken kon worden, heb een goed stel hersens en ben niet bang om verantwoordelijkheid te nemen voor mijn leven. Als ik de foto’s uit mijn jeugd erbij pak, zie ik ook een gelukkige Thijs. Lol op school, fijne skivakanties in Zwitserland, gezellig sneeuwpoppen maken met mijn zussen. Dan heb je dus een stevig fundament. Maar desondanks zijn er valkuilen en die moeten uit de weg geruimd worden. Of een psycholoog daarbij kan helpen weet ik niet, maar als je niets doet, verandert er zeker niets en dat is geen optie.

Zo wis ik die jongen die de havo verklootte en daarna van de ene valkuil in de andere viel stap voor stap uit om plaats te maken voor een volwassen, verantwoordelijke gast die focust op zijn sterke punten en daar een mooi leven omheen bouwt. Dat gaat met vallen en opstaan, maar dat is nu eenmaal hoe de mens leert. De enige mens die geen fouten maakt, is de mens die niets doet. En dat is niet de mens die ik ben of wil zijn.’